Zo word je op je overbruggingsrecht belast

Kreeg je een crisis- of een relance-overbruggingsrecht, dan weet je wellicht graag hoe die vergoeding precies belast wordt. We zetten de scenario’s op een rij.

We hebben op deze blog al heel wat aandacht besteed aan de initiatieven die de overheid nam om bedrijven te steunen tijdens de coronacrisis, zoals de consumptiecheque, de aanpassing aan de investeringsaftrek en het corona-uitstel van het woonkrediet. Die aandacht is natuurlijk welverdiend, want veel ondernemers hebben het zwaar. Maar aan de maatregelen zijn uiteraard ook fiscale gevolgen verbonden, en daar willen we evenmin blind voor zijn. In dit artikel laten we ons licht schijnen op de tarieven waartegen je belast wordt voor het corona-overbruggingsrecht.

Crisis-overbruggingsrecht: de basis

Wanneer je door de coronamaatregelen van de overheid je zaak moet sluiten of je activiteiten moet onderbreken voor minstens zeven opeenvolgende dagen, dan kun je tot en met 20 december een financiële uitkering krijgen: het crisis-overbruggingsrecht of vervangingsinkomen voor zelfstandigen. Je kunt je overbruggingsrecht aanvragen via je sociaal secretariaat, bijvoorbeeld als je een wellnesscentrum of andere niet-essentiële winkel uitbaat, of wanneer je in de eventsector werkt. 

Je hebt die mogelijkheid als zelfstandige in hoofdberoep, maar ook in bijberoep als de sociale bijdragen die je betaalt minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep. Voor de maanden oktober en november ontvang je als zelfstandige in hoofdberoep zonder een gezin ten laste 2.583,38 euro, en met een gezin ten laste 3.228,20 euro.

Hoe word je belast op het overbruggingsrecht?

Niet alleen de bedragen van het crisis-overbruggingsrecht verschillen van situatie tot situatie; ook de manier waarop je op de vergoeding belast wordt, is afhankelijk van de aard van de activiteit die je noodgedwongen moest onderbreken. Volg even mee.

1. Zelfstandige zonder vennootschap

Ben je een zelfstandige met baten (zonder vennootschap), dan word je afzonderlijk belast op je overbruggingsrecht tegen 16,5%. De voorwaarde is dat je vergoeding niet meer bedraagt dan je referentie-inkomen of de netto gezamenlijk belastbare baten van de inkomstenjaren 2016 tot en met 2019. Is dat wel het geval, dan gelden de progressieve tarieven (25% tot 50%). 

2. Bedrijfsleider van een vennootschap

Als bedrijfsleider van een vennootschap vul je de fiscale fiche voor vervangingsinkomen in bij je aangifte voor het inkomstenjaar 2020 (de fiche 281.18) en wordt je overbruggingsrecht belast tegen de normale progressieve tarieven.

3. Zelfstandige helper

De categorie ‘zelfstandige helper’ valt uiteen in een aantal subgroepen:

  • een inwonende helper met bezoldigingen als werknemer: het overbruggingsrecht is dan een progressief belastbare vergoeding, zoals voor de bedrijfsleider van een vennootschap.
  • een niet-inwonende helper: de vergoeding is belastbaar volgens dezelfde regel als bij een zelfstandige met baten (met dezelfde voorwaarden).
  • een meewerkende partner (bezoldigd): het overbruggingsrecht is niet belastbaar.

Wat met het opstart- of relance-overbruggingsrecht?

Wie een opstart- of relance-overbruggingsrecht kreeg, betaalt op die vergoeding belastingen volgens het progressief tarief. De enige uitzondering is de meewerkende echtgenoot, waarvoor de uitkering onbelast is.


Meer weten over deze coronasteunmaatregel of over je belastingplicht in het algemeen? Onze experts staan voor je klaar.


Deel dit bericht op:


Andere berichten

Beroepskosten: te verwerken in het juiste boekjaar

Beroepsuitgaven zijn enkel aftrekbaar als ze zijn geboekt in het juiste boekjaar. Dus: in het jaar van de activiteiten of inkomsten waarbij ze horen. Lees meer.

Lees meer

Belasting buitenlands vastgoed op basis van kadastraal inkomen?

Vanaf aanslagjaar 2022 wordt niet alleen Belgisch, maar ook buitenlands vastgoed belast op basis van kadastraal inkomen. Ontdek wat dat betekent.

Lees meer

De gesplitste aankoop van een gebouw

Een ‘gesplitste aankoop’ tussen bedrijfsleider en vennootschap kan interessant zijn om onroerend goed te verwerven. Toch moet je er ook mee oppassen.

Lees meer